ECLI:NL:CRVB:2009:BI8575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing heropening WAZ-uitkering na beëindiging verzekering zelfstandige
Appellante, een zelfstandige werkzaam in de melkveehouderij, viel in november 2003 uit wegens schouderklachten. Het UWV kende haar in november 2004 een WAZ-uitkering toe, die in juni 2005 werd ingetrokken. In januari 2007 verzocht zij om heropening van de uitkering vanwege toegenomen klachten sinds oktober 2006. Het UWV wees dit verzoek af omdat de toegang tot de WAZ-verzekering per 1 augustus 2004 was beëindigd voor nieuwe gevallen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij aanspraak kon maken op heropening, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat zij op 1 augustus 2004 de wachttijd van 52 weken had doorlopen en daardoor verzekerd was, maar dat de verzekering eindigde toen de uitkering in juni 2005 werd ingetrokken. Na die datum kon zij geen beroep meer doen op de WAZ.
De Raad verwees naar de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat de wetgever niet beoogde dat personen die onder artikel 3, eerste lid, vallen bij een nieuwe arbeidsongeschiktheid opnieuw aanspraak op WAZ kunnen maken. Appellante viel niet onder de wachttijd van artikel 20, eerste lid, waardoor zij na 25 juni 2005 niet meer verzekerd was. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot heropening van de WAZ-uitkering wordt bevestigd.