ECLI:NL:CRVB:2009:BI9069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding ondanks vrijspraak uitkeringsfraude
Appellant ontvangt sinds 1994 een AOW-pensioen naar de norm voor een alleenstaande. In 2004 heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) dit pensioen herzien naar de gehuwdennorm, omdat appellant met betrokkene een gezamenlijke huishouding zou voeren. Deze herziening is gebaseerd op onderzoek en verklaringen van beide partijen.
Appellant is in een strafrechtelijke procedure vrijgesproken van uitkeringsfraude, maar dat leidde niet tot herziening van het pensioen. Hij voerde aan dat hij en betrokkene ieder een eigen woonadres hebben en geen gezamenlijke rekeningen, maar deze feiten zijn volgens de Raad onvoldoende om het bestaan van een gezamenlijke huishouding te ontkennen.
De Raad benadrukt dat het bestuursrechtelijke toetsingskader voor herziening van het pensioen verschilt van het strafrechtelijke bewijsrecht. Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat de gezamenlijke huishouding is beëindigd, wordt het hoger beroep afgewezen en blijft het besluit van de Svb ongewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm blijft gehandhaafd.