ECLI:NL:CRVB:2009:BI9144

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-3713 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk na nieuw besluit UWV tegemoetkomend aan bezwaar

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een geschil met het UWV over een WAO-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuw besluit op bezwaar dat geheel tegemoet kwam aan het beroep van appellant, waardoor het geschil feitelijk was opgelost.

Gezien het nieuwe besluit bestond er geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs in hoger beroep had moeten maken, waaronder kosten voor verleende rechtsbijstand en griffierechten.

Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met toestemming van partijen, waarna de uitspraak in het openbaar werd gedaan.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV met een nieuw besluit geheel tegemoet is gekomen aan het bezwaar van appellant.

Uitspraak

07/3713 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 mei 2007, 06/5644 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 17 juni 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 12 januari 2009 heeft het Uwv een nieuw besluit op bezwaar genomen.
Bij brief van 24 maart 2009 heeft mr. R.G. van den Heuvel namens appellant verzocht om vergoeding van de kosten in hoger beroep.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Met het besluit van 12 januari 2009 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Dit besluit komt geheel tegemoet aan het beroep van appellant. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van dit besluit, geen geschil meer. Derhalve heeft appellant geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De Raad stelt vast dat hier slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling staan. Deze proceskosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op
€ 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellant tot een bedrag van € 966,- te betalen door Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem betaalde griffierecht in beroep en in hoger beroep van in totaal € 144,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M.A. van Amerongen.
KR