ECLI:NL:CRVB:2009:BI9366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde arbeidsongeschiktheid en heropening onderzoek overschrijding redelijke termijn
Appellante, werkzaam als applicatieontwikkelaar, stelde per 18 januari 2002 toegenomen arbeidsongeschiktheid vast, maar het UWV kende haar een WAO-uitkering toe op basis van een ongewijzigde gezondheidstoestand. De rechtbank oordeelde dat het UWV zich terecht op dit standpunt stelde, mede op basis van een deskundigenrapport van psychiater dr. J. Rübsaam.
Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en handhaafde haar standpunt over toegenomen arbeidsongeschiktheid. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en vond geen aanleiding om hiervan af te wijken, mede omdat appellante geen nieuwe medische gegevens aanleverde. Het UWV handhaafde dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
Daarnaast behandelde de Raad het verzoek van appellante om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad constateerde dat de totale procedure meer dan zes jaar duurde, wat de redelijke termijn overschrijdt. Daarom besloot de Raad het onderzoek te heropenen en de Staat der Nederlanden als partij aan te merken voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af. Het onderzoek wordt heropend onder nieuwe nummers ter voorbereiding van de beslissing over de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat er geen toegenomen arbeidsongeschiktheid is en opent het onderzoek voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.