ECLI:NL:CRVB:2009:BI9399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- T. Hoogenboom
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Herziening besluit arbeidsongeschiktheid en intrekking WAO-uitkering na onjuiste functiebepaling
Betrokkene had een WAO-uitkering die per 22 september 2006 werd ingetrokken op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. Het bezwaar tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard. Betrokkene stelde dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld en dat sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar niet-ontvankelijk, maar vernietigde het bestreden besluit omdat onvoldoende functies waren gebruikt om het restverdienvermogen te bepalen. De bezwaarverzekeringsarts had twee Functionele Mogelijkheden Lijsten (FML) opgesteld, maar de rechtbank vond dat sommige beperkingen onvoldoende waren gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de wijze van vastleggen van beperkingen in de FML passend is en dat er geen objectieve medische gegevens zijn die aanleiding geven tot twijfel aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts. Wel oordeelt de Raad dat twee van de drie geselecteerde functies niet geschikt zijn om het restverdienvermogen te bepalen, omdat de toelichtingen onvoldoende toetsbaar zijn. Hierdoor berust het bestreden besluit op een ondeugdelijke grondslag en dient het UWV een nieuw besluit te nemen.
De Raad gaat niet in op de vraag of sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid, omdat nadere besluitvorming over de mate van arbeidsongeschiktheid per 22 september 2006 eerst moet plaatsvinden. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke grondslag en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.