ECLI:NL:CRVB:2009:BI9937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking vrijstelling arbeidsverplichtingen WWB wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Appellante ontving bijstand en was op individuele gronden vrijgesteld van arbeidsverplichtingen onder de Algemene bijstandswet (Abw). Bij de omzetting naar de Wet werk en bijstand (WWB) legde het College haar arbeidsverplichtingen op, waarbij rekening werd gehouden met haar lichamelijke beperkingen. Het College introk de vrijstelling zonder een nieuwe ontheffing te verlenen, gebaseerd op een medisch advies van een gemeentearts die haar arbeidsgeschiktheid voor rugsparende arbeid vaststelde.
Appellante voerde bezwaar aan tegen dit besluit, stellende dat haar beperkingen waren toegenomen en dat het medisch onderzoek onvolledig was. Het College handhaafde het besluit op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelde de Raad dat het besluit op bezwaar niet zorgvuldig was voorbereid, omdat het College in de bezwaarfase geen aanvullend medisch advies had ingewonnen ondanks klachten over de aard en omvang van het onderzoek.
De Raad vernietigde het besluit op bezwaar en de aangevallen uitspraak, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De Raad achtte het advies van de gemeentearts, inclusief een nadere toelichting, voldoende gemotiveerd en vond geen aanleiding om het te verwerpen. De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar tot intrekking van de vrijstelling arbeidsverplichtingen wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.