ECLI:NL:CRVB:2009:BI9939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven buitenlands onroerend goed
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar verzweeg bezit van onroerende zaken in Tunesië. Na een anonieme tip en onderzoek via het Internationaal Bureau Fraude-informatie stelde het College vast dat appellant geen volledige informatie gaf over zijn vermogen. Hierdoor werd het recht op bijstand over de periode 1 juli 1997 tot en met 29 oktober 2004 herzien en de bijstand teruggevorderd.
Appellant diende ook een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor aanvullende ziektekostenverzekering, welke werd afgewezen vanwege dezelfde onvolledige informatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen op grond van de WWB.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat appellant de op hem rustende inlichtingenplicht had geschonden door het niet opgeven van het buitenlands onroerend goed. De verklaring en rapporten over het eigendom konden het oordeel niet veranderen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd wegens het niet opgeven van buitenlands onroerend goed.