ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0149

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4245 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J. Kraan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek om proceskosten na intrekking beroep bestuursrecht

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de minister, naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem. Dit beroep is betrokken bij het hoger beroep tegen die uitspraak. Vervolgens heeft appellant het beroep ingetrokken nadat de minister op 24 september 2007 een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen die volledig tegemoetkomt aan appellant.

Op verzoek van appellant heeft de Centrale Raad van Beroep de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep. De proceskosten zijn begroot op €80,50 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenveroordeling toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter K.J. Kraan, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn, op 25 juni 2009.

Uitkomst: De minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €80,50 aan appellant.

Uitspraak

06/4245 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in het geding tussen:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
en
de Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: de Minister)
Datum uitspraak: 25 juni 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I.E. Elgersma, werkzaam bij DAS rechtsbijstand te Arnhem, beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een nieuw besluit ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 16 maart 2006, nr. 05/318. De Raad heeft dit beroep, met overeenkomstige toepassing van artikel 6:19, in samenhang met artikel 6:24 van Pro de Awb, betrokken bij het door gemachtigde van appellant ingestelde hoger beroep tegen genoemde uitspraak van de rechtbank Arnhem.
De gemachtigde van appellant heeft bij schrijven van 21 februari 2008 het beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Minister te veroordelen in de proceskosten.
De minister heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuurs-orgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspaak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
De Raad stelt vast dat appellant het beroep heeft ingetrokken nadat de minister op 24 september 2007 een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen waarbij volledig tegemoet komt aan appellant, en dat namens appellant een verzoek om veroordeling in de proceskosten is gedaan.
Hierin ziet de Raad aanleiding om gedaagde te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 80,50 in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de minister in de kosten van appellant tot een bedrag van € 80,50, te betalen door de Staat der Nederlanden.
Deze uitspraak is gedaan door K.J. Kraan. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2009.
(get.) K.J. Kraan.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
HD