ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1997 vanwege rugklachten arbeidsongeschikt was, kreeg in 1998 een WAO-uitkering toegekend met een mate van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2005 besloot het UWV de uitkering te beëindigen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Appellant maakte bezwaar, waarna het UWV het bezwaar deels gegrond verklaarde en de uitkering baseerde op 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid.
Appellant betwistte in hoger beroep de medische beoordeling en stelde dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld. De Raad liet appellant onderzoeken door een onafhankelijke orthopedisch chirurg, Braakman, die concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet volledig reëel was, maar dat appellant toch in staat moest zijn geweest de relevante functies te verrichten.
De Raad volgt de deskundige en bevestigt het besluit van het UWV dat de herziening van de WAO-uitkering naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid per 1 november 2005 op goede gronden berust. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering per 1 november 2005 naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.