ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor werk en beëindiging recht op ziekengeld na medische beoordeling
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker en meldde zich ziek vanwege diverse klachten. Na een eerdere afwijzing van een WAO-uitkering werd hij per 5 februari 2007 door het UWV geschikt geacht voor een van de in 2003 geselecteerde functies, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten en dat een deskundige benoemd had moeten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende informatie had ingewonnen, waaronder van de huisarts en reumatoloog. De psychiater bevestigde de diagnose en er was geen aanwijzing voor verslechtering van de medische toestand.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellant geschikt was voor een van de geselecteerde functies en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en geen grond voor het verlenen van ziekengeld na de datum in geding.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld is per 5 februari 2007 terecht beëindigd omdat appellant geschikt is bevonden voor een van de geselecteerde functies.