ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0647

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-5922 WWB + 07-5923 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
  • R. Kooper
  • H.G. Lubberdink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende inlichtingen

Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding dat zij werkzaamheden verrichtten en een camper bezaten, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit leidde tot een besluit van het College om de bijstand over een periode van bijna drie jaar in te trekken en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat appellanten terecht in beroep waren ontvangen en onderschreef de motivering van de rechtbank dat de besluiten tot intrekking en terugvordering rechtmatig zijn omdat appellanten onvoldoende inlichtingen over hun inkomsten en vermogen hadden verstrekt.

De Raad vond geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank en wees het hoger beroep af. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende verstrekte inlichtingen.

Uitspraak

07/5922 WWB
07/5923 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellanten] (hierna: appellanten),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 13 september 2007, 06/4927 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellanten
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond (hierna: College)
Datum uitspraak: 9 juni 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2009. Appellanten zijn verschenen, bijgestaan door mr. Van de Laar. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.L. Slegers, werkzaam bij de gemeente Helmond.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Appellanten ontvingen bijstand naar de norm voor gehuwden, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB).
1.2. Naar aanleiding van een melding dat appellanten werkzaamheden zouden verrichten en een camper zouden bezitten heeft de sociale recherche van de regio Helmond een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan appellanten verleende bijstand.
De bevindingen van dat onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 21 juni 2005. De onderzoeksresultaten zijn voor het College aanleiding geweest om bij besluit van 27 mei 2005 de bijstand over de periode van 13 juni 2002 tot en met 30 april 2005 in te trekken en de over die periode gemaakte kosten van bijstand, na aftrek van verrekende vakantietoeslag, tot een bedrag van € 44.153,96 van appellanten terug te vorderen, alsmede om bij besluit van 15 juli 2005 de bijstand met ingang van 1 mei 2005 te beëindigen (lees: in te trekken).
1.3. Bij besluit van 22 februari 2006 heeft het College - voor zover hier van belang - het bezwaar tegen het besluit van 27 mei 2005 gegrond verklaard en dat besluit onder aanpassing van de motivering gehandhaafd. Voorts heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 15 juli 2005 ongegrond verklaard. De besluitvorming berust op de overweging dat appellanten onvoldoende inlichtingen over hun inkomsten en vermogen hebben verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van
22 februari 2006 ongegrond verklaard.
3. Appellanten hebben zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad overweegt dat de rechtbank appellanten terecht in hun beroep heeft ontvangen. De Raad kan zich verenigen met hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak hierover heeft overwogen en verwijst daarnaar.
4.2. De rechtbank heeft vervolgens in de aangevallen uitspraak gemotiveerd uiteengezet op grond waarvan naar haar oordeel de beide besluiten tot intrekking van de bijstand van appellanten en het besluit tot terugvordering van de ten onrechte gemaakte kosten van bijstand van appellanten in rechte stand kunnen houden. De rechtbank is daarbij ingegaan op de door appellanten naar voren gebrachte stellingen. De Raad onderschrijft in hoofdlijnen het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust. In hetgeen in hoger beroep - bij wijze van herhaling van het gestelde in eerste aanleg - is aangevoerd, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om in andere zin dan de rechtbank te oordelen.
4.3. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter R. Kooper en H.G. Lubberdink als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2009.
(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.
(get.) J. Waasdorp.
NW