ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor gangbare functies
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met knieklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV besloot haar geen uitkering toe te kennen omdat zij met haar beperkingen geschikt werd geacht voor gangbare functies waardoor haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het UWV de beperkingen van appellante niet heeft onderschat, mede gelet op medische rapportages en een functionele mogelijkhedenlijst uit november 2005.
Appellante stelde dat zij meer beperkingen had en niet voltijds kon werken, maar de Raad vond geen objectieve gegevens die dit ondersteunen. Ook zijn de door het UWV aangeduide functies geschikt voor haar. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante geschikt is voor gangbare functies.