ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij zij stelde dat er sprake was van een verergering van haar medische klachten na het gesprek met de verzekeringsarts. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een heroverweging rechtvaardigen, zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het overlijden van haar tante en de ziekte van haar echtgenoot geen nieuwe feiten zijn die op het moment van het oorspronkelijke besluit niet bekend waren. De rechtbank vond dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om niet terug te komen op het besluit.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere gronden herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.