ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid had verlaagd van 80-100% naar 25-35%. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het UWV in beroep een nadere toelichting gaf.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische beoordeling onjuist was en dat hij de geduide functies niet daadwerkelijk kon vervullen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan het medische oordeel van de verzekeringsartsen en dat de opvatting van de huisarts onvoldoende gewicht had. De Raad vond de toelichting van het UWV over de geschiktheid van de functies voldoende gemotiveerd.
De Raad benadrukte dat de schatting van arbeidsongeschiktheid gebaseerd is op theoretische arbeidsmogelijkheden en dat het niet vereist is dat appellant daadwerkelijk die functies kan verwerven. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.