ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.A.H. Schifferstein
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake weigering Wajong-uitkering wegens twijfel medische grondslag
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan met een arbeidsongeschiktheidsdatum van 1 april 1996. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering omdat appellant vanaf zijn 17e niet onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep werd een rapport van een GZ-psycholoog ingediend dat de noodzaak van begeleiding bevestigde. Het UWV kende later een uitkering toe vanaf 30 juli 2008, gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid, maar handhaafde de weigering voor de periode vanaf 24 juli 2004.
De Raad oordeelde dat niet aannemelijk is dat de noodzaak van intensieve begeleiding pas in 2007 is ontstaan, aangezien de medische toestand niet verslechterde en dezelfde diagnoses door de jaren heen werden gesteld. De noodzakelijke begeleiding werd aanvankelijk door ouders en later door familie en school verzorgd. De Raad stelde ernstige twijfel aan de medische grondslag van het bestreden besluit vast en vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten.
De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen.