ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1117

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5730 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22, tweede lid, aanhef en onder a, Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant maakte hiertegen verzet, stellende dat de betalingstermijn niet was overschreden of dat de overschrijding hem niet redelijkerwijs kon worden tegengeworpen.

De Raad heeft het verzet behandeld, waarbij partijen niet zijn verschenen. Na beoordeling van het verzetschrift heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om het eerdere oordeel te wijzigen. De overschrijding van de betalingstermijn staat vast en kan appellant redelijkerwijs worden tegengeworpen.

Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de regels omtrent betaling van griffierecht en de gevolgen van niet-naleving daarvan.

Deze uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 juni 2009.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

08/5730 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 september 2008, 08/2733 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem (hierna College).
Datum uitspraak: 15 juni 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 17 februari 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 4 mei 2009, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 17 februari 2009 berust hierop, dat het wegens het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22, tweede lid, aanhef en onder a, van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 107,-- niet binnen de bij aangetekend schrijven van 21 november 2008 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn uitspraak van 17 februari 2009 is gegeven. In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, overweegt de Raad dat hij ook in hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd geen aanknopingspunten heeft gevonden voor het oordeel dat de betalingstermijn niet zou zijn overschreden of dat die overschrijding appellant redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2009.
(get.) R. Kooper.
(get.) B.E. Giesen.
NK