ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant maakte hiertegen verzet, stellende dat de betalingstermijn niet was overschreden of dat de overschrijding hem niet redelijkerwijs kon worden tegengeworpen.
De Raad heeft het verzet behandeld, waarbij partijen niet zijn verschenen. Na beoordeling van het verzetschrift heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om het eerdere oordeel te wijzigen. De overschrijding van de betalingstermijn staat vast en kan appellant redelijkerwijs worden tegengeworpen.
Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de regels omtrent betaling van griffierecht en de gevolgen van niet-naleving daarvan.
Deze uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 juni 2009.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.