ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 6 mei 2003 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten en psychische problemen en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
Het UWV trok de uitkering per 22 oktober 2006 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank onderschreef deze beslissing en ook in hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad hecht doorslaggevende waarde aan de zorgvuldige medische rapportages van verzekeringsartsen, inclusief een psychiatrische expertise en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige concludeert dat appellante met de beperkingen uit de FML in staat is tot arbeid.
De door appellante opgegeven maatmanomvang van circa 50 uur per week wordt niet ondersteund door de gegevens; de feitelijke urenomvang bedroeg circa 42,65 uur. Zelfs bij deze omvang leidt het verlies aan verdiencapaciteit tot minder dan 15%.
Daarom is het bestreden besluit gegrond en wordt het hoger beroep verworpen. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid.