ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische onduidelijkheid over diagnose MS
Appellante ontvangt sinds 1996 een WAO-uitkering wegens nek- en rugklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV heeft haar uitkering per 22 mei 2006 herzien naar 45-55% op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die lichte, voornamelijk zittende werkzaamheden gedurende vier uur per dag mogelijk acht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV de beperkingen niet had onderschat en dat de geselecteerde functies passend waren. In hoger beroep stelde appellante dat zij inmiddels de diagnose Multiple Sclerose (MS) had gekregen, maar de Raad concludeerde dat deze diagnose niet doorslaggevend is voor de mate van arbeidsongeschiktheid en dat de medische stukken onvoldoende onderbouwing boden voor het niet kunnen verrichten van lichte werkzaamheden.
De Raad vond dat de bezwaarverzekeringsarts een adequate FML had opgesteld op basis van reële beperkingen en dat de geselecteerde functies geschikt waren. De medische grondslag van het besluit was toereikend en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.