ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds 1993 arbeidsongeschikt is wegens angstklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend die in de loop der jaren werd herzien. Na een vijfdejaars herbeoordeling in 2003 en een medisch onderzoek door zenuwarts Kemperman, werd zijn uitkering in 2004 vastgesteld op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. Latere herbeoordelingen leidden tot een verlaging naar 25 tot 35%, maar na bezwaar werd dit weer vastgesteld op 35 tot 45%.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medische onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij door zijn energiebeperkingen niet in staat was om 40 uur per week te werken. De Raad overwoog dat het medische onderzoek uitgebreid en zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief een verwijzing naar eerdere uitspraken waarin dezelfde kritiek was verworpen.
De Raad stelde vast dat de beperkingen en arbeidsmogelijkheden van appellant juist waren beoordeeld en dat de functies die hij kon vervullen binnen zijn belastbaarheid vielen. Er was geen aanleiding om het bestreden besluit te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.