ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante verzocht om verhoging van haar WAO-uitkering, welke door het UWV was geweigerd op basis van een medische beoordeling die haar arbeidsongeschiktheid op 45 tot 55% schatte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat geen aanwijzingen waren dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was uitgevoerd of dat het oordeel onjuist was.
In hoger beroep herhaalde appellante dat haar beperkingen werden onderschat. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat er geen objectief-medische aanknopingspunten waren om deze stelling te ondersteunen. De Raad baseerde zich op medische gegevens van diverse artsen, waaronder de huisarts, psychiater en radioloog, die door de verzekeringsartsen waren betrokken. Ook het onafhankelijke expertise-rapport van psychiater Kazemier, waarin werd vastgesteld dat na 17 maart 2006 geen relevante medische ontwikkelingen waren, ondersteunde het oordeel van het UWV.
De Raad vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De weigering tot verhoging van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering van appellante te verhogen.