ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na deskundigenonderzoek en arbeidsdeskundig rapport
Appellante, die sinds 1995 wegens psychische en locomotore klachten arbeidsongeschikt is, werd in 2006 herbeoordeeld door het UWV. De arbeidsdeskundige concludeerde dat zij met beperkingen geschikt was voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 47%. Het UWV herzag daarop haar WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de bezwaarverzekeringsarts en de rechtbank sloten zich aan bij het oordeel van de deskundige psychiater Kazemier, die een dysthyme stoornis vaststelde en concludeerde dat appellante geschikt was voor de genoemde functies. Appellante bracht in hoger beroep geen nieuwe medische informatie naar voren en voerde onder meer aan dat het UWV weigerde enqueteformulieren te overleggen.
De Raad overwoog dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel gevolgd wordt, tenzij bijzondere omstandigheden dat verhinderen. De Raad vond geen aanleiding om hiervan af te wijken, mede omdat het onderzoek van Kazemier volledig en zorgvuldig was. Ook de klacht over het ontbreken van enqueteformulieren werd verworpen, omdat appellante onvoldoende concrete twijfel had geuit over de gegevens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het bestreden besluit van het UWV, waarmee de herziening van de WAO-uitkering werd gehandhaafd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.