ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant ontvangt sinds 1993 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2005 door verzekeringsarts Smol en een arbeidskundig onderzoek werd de uitkering herzien naar 25-35%. Dit besluit werd door appellant aangevochten en door de rechtbank Alkmaar vernietigd, waarna het Uwv een nieuw besluit nam met een herziening naar 35-45%.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medische beperkingen niet juist waren vastgesteld, met klachten zoals rug-, nek-, heup- en knieklachten, diabetes en tintelingen in de armen. Tevens stelde hij dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren en dat de functie van receptionist onvoldoende arbeidsplaatsen bood.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen zorgvuldig en juist waren vastgesteld op basis van rapportages van verzekeringsartsen Smol en Hoogeboom-Copier, en dat de arbeidskundige beoordeling adequaat was onderbouwd. De bezwaren van appellant tegen de functies werden verworpen omdat de belastbaarheid binnen de grenzen bleef.
De Raad verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H. Bolt en leden C.P.M. van de Kerkhof en H. Bedee op 1 juli 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 27 december 2006 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.