ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling maatmanloon bij WAO-uitkering op basis van functie verzorgende D
Appellante verzocht om herziening van haar WAO-uitkering, waarbij zij stelde dat het maatmanloon onjuist was vastgesteld omdat het was gebaseerd op het loon van een verzorgende D volgens de CAO Thuiszorg, terwijl zij een hoger bruto maandloon van €6.500,- had afgesproken voor de verzorging van haar zieke moeder.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV het maatmanloon juist had berekend. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat volgens vaste rechtspraak het maatmanloon gebaseerd moet zijn op het loon van een aan de verzekerde soortgelijke persoon op het tijdstip van aanvang van arbeidsongeschiktheid, tenzij dat loon geen juiste afspiegeling vormt.
De Raad acht de verdiensten bij de moeder van appellante geen juiste afspiegeling van het loon van een soortgelijke persoon en vindt de motivering van het UWV, gebaseerd op de functieomschrijving van verzorgende D, voldoende. De taken komen grotendeels overeen en de vaststelling van het maatmanloon is daarmee juist. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het maatmanloon terecht is vastgesteld op basis van het loon van een verzorgende D volgens de CAO Thuiszorg en wijst het beroep af.