ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering met ingang van 2 oktober 2006 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid voor de geselecteerde functies. De rechtsgevolgen van het besluit werden echter in stand gelaten.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. Appellant bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in die zijn stelling ondersteunden dat hij verdergaand beperkt was of dat de geduide functies medisch ongeschikt waren. De Raad oordeelde dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, bevestigd moest worden.
De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en de beslissing van de rechtbank bleef ongewijzigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens gebrek aan nieuwe medische onderbouwing.