ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellante ontving een WAO-uitkering die werd herbeoordeeld en ingetrokken op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling die haar belastbaarheid als voldoende voor lichte werkzaamheden inschatte.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen de intrekking rechtvaardigden.
In hoger beroep stelde appellante dat haar klachten, waaronder spataderen, schildklierproblemen en hartkloppingen, onvoldoende waren meegewogen en dat zij ADL-afhankelijk was. De Raad overwoog echter dat de medische rapportages en arbeidskundige beoordelingen juist en zorgvuldig waren en dat de klachten adequaat waren meegenomen.
De Raad vond geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Tevens werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens juiste vaststelling van medische en arbeidskundige beperkingen.