ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsvermogen volgens functionele mogelijkhedenlijst
Appellante ontvangt sinds 1992 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV heeft bij besluit van 5 december 2005 de uitkering per 2 februari 2006 ingetrokken, omdat appellante volgens het UWV weer in staat zou zijn om passend werk te verrichten met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige gronden.
In hoger beroep heeft appellante zich verzet tegen deze uitspraak, met name vanwege haar psychische beperkingen. De Raad heeft een onafhankelijke psychiater geraadpleegd, die concludeerde dat er op 2 februari 2006 geen psychiatrische afwijkingen waren die als ziekte of gebrek konden worden aangemerkt. De deskundige onderschreef tevens de functionele mogelijkhedenlijst van november 2005.
De Raad volgt dit deskundigenadvies en is van oordeel dat appellante werkzaamheden kan verrichten die voldoen aan de eisen van de functionele mogelijkhedenlijst. Tevens acht de Raad het aannemelijk dat appellante functies kan vervullen onder de genoemde SBC-codes. De Raad bevestigt daarom het eerdere besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante in staat wordt geacht passende werkzaamheden te verrichten.