Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2457

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1714 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsvermogen volgens functionele mogelijkhedenlijst

Appellante ontvangt sinds 1992 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV heeft bij besluit van 5 december 2005 de uitkering per 2 februari 2006 ingetrokken, omdat appellante volgens het UWV weer in staat zou zijn om passend werk te verrichten met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige gronden.

In hoger beroep heeft appellante zich verzet tegen deze uitspraak, met name vanwege haar psychische beperkingen. De Raad heeft een onafhankelijke psychiater geraadpleegd, die concludeerde dat er op 2 februari 2006 geen psychiatrische afwijkingen waren die als ziekte of gebrek konden worden aangemerkt. De deskundige onderschreef tevens de functionele mogelijkhedenlijst van november 2005.

De Raad volgt dit deskundigenadvies en is van oordeel dat appellante werkzaamheden kan verrichten die voldoen aan de eisen van de functionele mogelijkhedenlijst. Tevens acht de Raad het aannemelijk dat appellante functies kan vervullen onder de genoemde SBC-codes. De Raad bevestigt daarom het eerdere besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante in staat wordt geacht passende werkzaamheden te verrichten.

Uitspraak

07/1714 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 29 januari 2007, 06/2482 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 juli 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft M.F.J. Witlox, advocaat te ’s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Op verzoek van de Raad heeft J.D.J. Tilanus, psychiater te Eindhoven, advies uitgebracht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 29 mei 2009. Appellante is -met voorafgaand bericht- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.H.C. de Bruijn.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Voor een overzicht van de relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hier volstaat de Raad met het volgende.
1.2. Appellante ontvangt sinds 1992 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
1.3. Bij besluit van 5 december 2005 heeft het Uwv per 2 februari 2006 de WAO-uitkering van appellante ingetrokken. Bij besluit van 12 april 2006 zijn de bezwaren van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard. Aan de intrekking van de uitkering ligt ten grondslag dat appellante weer in staat wordt geacht om met haar mogelijkheden en beperkingen in voor haar geschikte gangbare functies een zodanig inkomen te verwerven, dat haar mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar minder dan 15%.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 12 april 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en de arbeidskundige grondslag van het besluit.
3.1. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Onder verwijzing naar hetgeen zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd en naar een brief van de haar behandelende psychiater W.A.F. Sondermeyer, stelt appellante dat zij vooral in verband met beperkingen als gevolg van haar psychische situatie volledig arbeidsongeschikt is.
4.2. Gelet op de onderbouwde standpunten van beide partijen heeft de Raad de psychiater J.D.J. Tilanus verzocht als deskundige advies uit te brengen. In zijn rapport van 29 oktober 2008 heeft deze deskundige verslag gedaan van zijn onderzoek en de door de Raad gestelde vragen beantwoord. De deskundige is van mening dat op 2 februari 2006 er geen op het vakgebied van de psychiatrie van belang zijnde, als ziekte of gebrek aan te merken afwijkingen in de gezondheidstoestand van appellante bestonden. Hij kan zich voorts verenigen met de door de verzekeringsarts in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 21 november 2005 voor appellante opgenomen mogelijkheden en beperkingen.
4.3. De Raad ziet geen reden dit advies van zijn deskundige niet te volgen. Dat betekent dat de Raad evenals de rechtbank met het Uwv van oordeel is dat appellante in staat moet worden geacht werkzaamheden te verrichten, die voldoen aan de eisen die in de genoemde FML worden gesteld.
4.4. Met de rechtbank is de Raad voorts van oordeel dat tenminste de geduide functies onder de SBC codes 342021, 264121 en 111171 door appellante vervuld moeten kunnen worden.
5. Het vorenoverwogene leidt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter, en A.T. de Kwaasteniet en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) J.M. Tason Avila.
GdJ