ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bij het UWV een Wajong-uitkering aangevraagd, die op 11 mei 2006 werd geweigerd omdat zij niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Wajong. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit op 6 november 2006. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de belastbaarheid juist was ingeschat door de verzekeringsartsen en dat de medische informatie van appellante geen aanleiding gaf tot twijfel.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij sinds 28 maart 1982 arbeidsongeschikt was, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan. De Raad stelde vast dat de argumenten in hoger beroep overeenkwamen met die in eerste aanleg en geen nieuwe onderbouwing bevatten. Ook negeerde de Raad de kort voor de zitting ingediende stukken vanwege artikel 8:58 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter D.J. van der Vos op 10 juli 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.