ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 18 juni 2007 in te trekken, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat niet was gebleken dat de klachten van appellante waren onderschat of onjuist geïnterpreteerd en appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die zwaardere beperkingen aantonen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij nog steeds ernstige lichamelijke en psychische beperkingen ondervindt die haar arbeidsmogelijkheden duurzaam beperken, en verzocht om inschakeling van een deskundige. Het UWV verwees naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts, die op basis van beschikbare medische informatie geen aanleiding zag de beperkingen te herzien.
De Raad stelt vast dat appellante geen nieuwe medische gegevens heeft aangeleverd en sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) is juist vastgesteld en er zijn geen aanwijzingen dat appellante niet in staat is de voorgestelde functies te vervullen. Daarom bevestigt de Raad de intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.