ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering zonder dringende reden
Appellant ontving een WAO-uitkering waarover het UWV later vaststelde dat deze te hoog was betaald vanwege zijn verdiensten in de periode van november 2003 tot februari 2004. Het UWV vorderde daarom een bedrag van €1.154,34 terug. Tijdens de bezwaarprocedure bleek dat het UWV een eerdere nabetaling van €1.881,93 niet had uitgevoerd, welke werd verrekend met de terugvordering, waardoor appellant uiteindelijk €727,59 ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat er een dringende reden was om van terugvordering af te zien, vanwege onduidelijkheid over de te veel ontvangen uitkering, zijn financiële situatie en psychische klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wet het UWV verplicht om te veel betaalde uitkeringen terug te vorderen, ook als het UWV zelf een fout heeft gemaakt. Een dringende reden om hiervan af te zien moet leiden tot onaanvaardbare gevolgen, wat in deze zaak niet is vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juli 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de te veel betaalde WAO-uitkering terugvordert en wijst het hoger beroep af.