ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2474

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-7056 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering zonder dringende reden

Appellant ontving een WAO-uitkering waarover het UWV later vaststelde dat deze te hoog was betaald vanwege zijn verdiensten in de periode van november 2003 tot februari 2004. Het UWV vorderde daarom een bedrag van €1.154,34 terug. Tijdens de bezwaarprocedure bleek dat het UWV een eerdere nabetaling van €1.881,93 niet had uitgevoerd, welke werd verrekend met de terugvordering, waardoor appellant uiteindelijk €727,59 ontving.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat er een dringende reden was om van terugvordering af te zien, vanwege onduidelijkheid over de te veel ontvangen uitkering, zijn financiële situatie en psychische klachten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wet het UWV verplicht om te veel betaalde uitkeringen terug te vorderen, ook als het UWV zelf een fout heeft gemaakt. Een dringende reden om hiervan af te zien moet leiden tot onaanvaardbare gevolgen, wat in deze zaak niet is vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juli 2009.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de te veel betaalde WAO-uitkering terugvordert en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

08/7056 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 29 oktober 2008, 07/4197 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 juli 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.J. Horstink, werkzaam bij Juridische Dienstverlening Nederland BV te Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Horstink. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.F. Bergman.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 10 februari 2005 heeft het Uwv aan appellant medegedeeld dat over de periode 17 november 2003 tot en met 29 februari 2004 onverschuldigd uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is betaald gezien zijn verdiensten. Dientengevolge heeft het Uwv een bedrag van € 1.154,34 teruggevorderd van appellant. Bij besluit van 1 november 2007 heeft het Uwv de bezwaren van appellant ongegrond verklaard.
1.2. Tijdens de bezwaarprocedure is gebleken dat het Uwv verzuimd had uitvoering te geven aan een besluit van 23 augustus 2001 inhoudende een nabetaling van de WAO-uitkering van € 1.881,93. Deze uitbetaling heeft het Uwv verrekend met de eerder genoemde terugvordering. Na deze verrekening is een bedrag van € 727,59 aan appellant uitbetaald.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 1 november 2007 ongegrond verklaard.
3. Partijen worden verdeeld gehouden door de vraag of er een dringende reden bestaat om van de terugvordering af te zien.
4. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat er sprake is van een dringende reden. Het is hem nooit duidelijk geweest dat hij te veel WAO-uitkering ontving. Hij heeft altijd aan zijn informatieplicht voldaan. Hij verkeerde in die tijd in een slechte financiële positie en heeft vanwege de terugvordering psychische klachten ontwikkeld.
5. Het hoger beroep faalt, want de wet verplicht het Uwv om te veel betaalde uitkering terug te vorderen. Die verplichting bestaat ook in de situatie waarin teveel uitkering is betaald omdat het Uwv een fout heeft gemaakt. Het Uwv mag alleen van terugvordering afzien als sprake is van een dringende reden. Een dringende reden is er als het gevolg van de terugvordering onaanvaardbaar is. Dat het Uwv een fout heeft gemaakt vormt geen dringende reden. De gemaakte fout is niet het gevolg, hooguit de oorzaak van de terugvordering.
6. De raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat in hetgeen appellant overigens heeft aangevoerd geen dringende reden voor het Uwv is gelegen om van terugvordering af te zien.
7. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en A.T. de Kwaasteniet en M. Greebe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2007.
(get.) R.C. Stam
(get.) J.M. Tason Avila
EV