ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks verschil van inzicht over functionele beperkingen
Appellant stelde hoger beroep in tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was verlaagd van 80-100% naar 55-65% en later naar 65-80% in het kader van de WAZ. De rechtbank vernietigde de besluiten, maar handhaafde de rechtsgevolgen op grond van een toereikende motivering van de arbeidsongeschiktheidsschattingen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) geen verstopte beperkingen mag bevatten en dat het verschil van inzicht met behandelaars niet voldoende aanwijzingen gaf om de opvatting van de verzekeringsarts te verwerpen. De Raad nam kennis van rapporten van behandelend fysiotherapeut, haptotherapeut en een neuroloog, maar vond geen aanwijzingen dat de medische situatie was gewijzigd of dat relevante medische aspecten waren over het hoofd gezien.
De Raad concludeerde dat de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige op de geschiktheid van functies voldoende was gemotiveerd en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank, die de herziening bevestigde, terecht was. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellant af.