ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op kinderbijslag bij bereiken 18-jarige leeftijd bevestigd
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om de kinderbijslag voor haar zoon te beëindigen bij het bereiken van diens 18-jarige leeftijd. Zij stelde dat haar zoon invalide is en verzocht om voortzetting van de uitkering.
De rechtbank Amsterdam wees het beroep af en stelde dat het recht op kinderbijslag volgens artikel 7 van Pro de Algemene kinderbijslagwet (AKW) eindigt zodra het kind 18 jaar wordt. De overgangsregeling voor oudere kinderen die voorheen tot 25 of 27 jaar recht hadden op kinderbijslag, was niet van toepassing omdat de zoon van appellante op 30 september 1995 nog geen 17 jaar was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het recht op kinderbijslag terecht is beëindigd bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd. De invaliditeit van het kind leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het recht op kinderbijslag is terecht beëindigd bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd.