ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.A.H. Schifferstein
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na vaststelling maatmanfunctie uitvoerder
Appellant was werkzaam als uitvoerder bij een bestratingsbedrijf en viel in november 2003 uit wegens longklachten. Het UWV weigerde hem een WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij geschikt werd geacht voor zijn eigen werk als uitvoerder. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de maatmanfunctie terecht was vastgesteld als uitvoerder.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn maatmanfunctie stratenmaker zou moeten zijn, omdat hij niet de vereiste opleiding voor uitvoerder had en slechts twee dagen per week als uitvoerder werkte. Hij stelde subsidiair dat een combinatie van functies als maatman moest gelden. De Raad stelde vast dat appellant voorafgaand aan zijn uitval fulltime uitvoerder was en dat de hoofdregel is dat de laatst verrichte functie als maatman geldt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van opleiding en de korte duur als uitvoerder geen reden zijn om van deze hoofdregel af te wijken. Ook achtte de Raad aannemelijk dat soortgelijk werk met gelijke belasting en beloning beschikbaar was bij andere werkgevers. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de maatmanfunctie terecht is vastgesteld als uitvoerder.