Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2794

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-71 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan en veroordeling in proceskosten

Het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch werd ingetrokken nadat het bestuursorgaan op 18 januari 2008 een nieuwe beslissing nam waarin geheel aan de bezwaren van betrokkene werd tegemoetgekomen.

Omdat appellant niet betwistte dat aan betrokkene was tegemoetgekomen, besloot de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep als ingetrokken te beschouwen. Op verzoek van betrokkene werd het bestuursorgaan veroordeeld tot betaling van de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep.

De Raad stelde vast dat de intrekking van het beroep conform artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet plaatsvond. De proceskosten werden begroot op € 322,-, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad moesten worden voldaan.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juli 2009, waarbij het onderzoek ter zitting achterwege bleef met toestemming van partijen.

Uitkomst: Het bestuursorgaan werd veroordeeld tot betaling van € 322,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan betrokkene.

Uitspraak

07/71 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 23 november 2006, 06/2311(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)
en
appellant.
Datum uitspraak: 10 juli 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkene is een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft op 18 januari 2008 een nieuwe beslissing genomen met betrekking tot de arbeidsongeschiktheid van betrokkene en heeft tegelijkertijd het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 24 januari 2008 heeft mr. I.H.M. Hest namens betrokkene verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan betrokkene is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van betrokkene bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat met de beslissing op bezwaar van 18 januari 2008 geheel aan de bezwaren van betrokkene is tegemoet gekomen.
Nu appellant niet heeft betwist dat aldus aan betrokkene is tegemoet gekomen, ziet de Raad aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 322,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) T.R.H. van Roekel.
JL