ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Intrekking besluit werkvoorziening in eigendom door UWV na onjuiste vooronderstelling
Appellant werd in 2002 door het UWV in aanmerking gebracht voor een werkvoorziening in bruikleen, een telewerkinstallatie. Appellant vorderde dat deze werkvoorziening in eigendom aan hem zou worden verstrekt, maar rechtbank en Raad bevestigden dat het UWV dit niet verplicht was.
In 2007 stelde het UWV appellant schriftelijk in kennis dat de werkvoorziening in eigendom zou worden verstrekt, waarbij de bruikleenvoorwaarden zouden vervallen. Appellant reageerde positief, maar gaf aan dat de werkvoorziening nooit daadwerkelijk aan hem was verstrekt.
Vervolgens trok het UWV deze toezegging in, omdat zij ten onrechte had aangenomen dat de werkvoorziening in bruikleen was gerealiseerd. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking niet-ontvankelijk en wees het beroep af.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat zowel de brief van 21 december 2007 als die van 8 februari 2008 besluiten in de zin van de Awb zijn. De Raad vernietigt het besluit van 29 april 2008 en verklaart het bezwaar tegen de intrekking ongegrond. Het UWV mocht de fout met bekwame spoed herstellen zonder het rechtszekerheidsbeginsel te schenden. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit wordt gegrond verklaard, het bezwaar ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.