ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant, laatstelijk werkzaam als agrarisch medewerker, kreeg sinds 1991 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. In 2006 trok het UWV de uitkering in na een herbeoordeling met medisch en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank vernietigde dit besluit maar hield de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betwist appellant zowel de medische als arbeidskundige grondslag.
De Raad volgt de rechtbank in de beoordeling dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de psychiater rekening hield met medicatiegebruik. De arbeidskundige rapportages tonen aan dat de functies binnen de mogelijkheden van appellant liggen. Omdat het UWV pas in hoger beroep een adequate toelichting gaf, vernietigt de Raad zowel de aangevallen uitspraak als het bestreden besluit, maar behoudt de rechtsgevolgen.
Appellants bezwaar tegen het niet toepassen van een reductiefactor slaagt niet, omdat dit geen verschil maakt voor het arbeidsongeschiktheidspercentage. De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.