ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen met korting na onvoldoende bewijs langer verblijf en werk in Nederland
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarbij hij stelde meerdere jaren in Nederland te hebben gewerkt. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende hem een AOW-pensioen toe met een korting van 98% en een toeslag met een korting van 96%, omdat slechts een korte verzekeringsperiode kon worden vastgesteld.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat hij langer in Nederland had gewerkt en dat mogelijk sprake was van verwisseling van namen. De Svb had echter op basis van de door appellant verstrekte summiere gegevens pogingen ondernomen om aanvullende informatie te verkrijgen bij pensioenfondsen en het schakelregister, zonder resultaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant zijn stellingen niet had aangetoond of aannemelijk gemaakt en dat het onderzoek door de Svb zorgvuldig was verlopen. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 9 juli 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot korting op het AOW-pensioen wegens onvoldoende bewijs van langer verblijf en werk in Nederland.