ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij zij stelde dat haar lichamelijke en psychische beperkingen onvoldoende waren erkend en dat zij niet in staat was tot arbeid. De rechtbank had haar beroep ongegrond verklaard.
De Raad overwoog dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek door het UWV zorgvuldig was uitgevoerd. De bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts, die de belastbaarheid in de Functionele Mogelijkheden Lijst had aangescherpt op basis van eigen onderzoek en medische informatie, werden onderschreven. Tevens was er geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de inschatting van de arbeidsongeschiktheid per 26 juni 2006.
Verder vond de Raad geen aanwijzingen dat de functies die bij de schatting waren betrokken niet passend waren voor appellante. Gezien deze overwegingen bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege voldoende medische grondslag.