ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 24 juli 2006 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Breda oordeelde dat de medische grondslag van het besluit juist was, maar vernietigde het besluit vanwege een gebrekkige motivering van de geschiktheid van de aangeduide functies, met instandhouding van de rechtsgevolgen.
In hoger beroep herhaalde appellant voornamelijk eerdere argumenten die reeds door de rechtbank waren verworpen. De Centrale Raad van Beroep zag geen reden om tot een ander oordeel te komen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door R.C. Stam namens de Centrale Raad van Beroep op 17 juli 2009. Appellant was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling op 5 juni 2009. Het UWV werd vertegenwoordigd door V.A.R. Kali.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.