ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over herziening WAO-uitkering wegens onjuiste beroepsbeoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als fulltime orderpicker, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV besloot in 2007 de uitkering te verlagen op grond van een vermeende afname van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij ook een wijzigingsbesluit van het UWV werd betrokken.
In hoger beroep stelde appellant dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende rekening hield met zijn medische beperkingen en dat de geselecteerde functies te belastend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank het beroep tegen het wijzigingsbesluit had moeten meenemen en het besluit van 14 mei 2007 had moeten vernietigen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Raad vond de medische grondslag van het besluit niet ontoereikend, mede gelet op de informatie van de behandelende psychiater die overeenkwam met de bezwaarverzekeringsarts. Het UWV had voldoende toegelicht dat de functies geschikt en toegankelijk waren. Het beroep tegen het wijzigingsbesluit werd ongegrond verklaard. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het besluit van 14 mei 2007 tot verlaging van de WAO-uitkering is vernietigd en het UWV is veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.