ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning wettelijke rentevergoeding en afwijzing immateriële schadevergoeding in WIA-uitkering
Appellant stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch inzake een WIA-uitkering. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuwe beslissing waarin werd erkend dat appellant recht heeft op een volledige werkhervattingsuitkering (WGA-uitkering).
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het oorspronkelijke besluit onjuist was en dat appellant daarom recht heeft op vergoeding van de wettelijke rente over de niet genoten uitkering, conform artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens de duur van de procedure werd afgewezen omdat de redelijke termijn niet was overschreden.
De Raad verwierp tevens de door appellant ingeroepen interne richtlijn van het UWV over vergoeding bij termijnoverschrijding, omdat deze op een verkeerde uitleg berustte. Tot slot veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Toekenning wettelijke rentevergoeding over niet genoten uitkering en afwijzing immateriële schadevergoeding wegens geen schending redelijke termijn.