ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening WW- en bovenwettelijke uitkering bij deelname aan FPU-regeling
Appellant, voormalig docent, verzocht om een WW-uitkering en een bovenwettelijke uitkering (BBWO) na beëindiging van zijn dienstverband per 1 januari 2006. Aanvankelijk werden beide uitkeringen geweigerd wegens vermeende niet-beschikbaarheid voor arbeid. Na bezwaar werd hem per 2 januari 2006 een WW-uitkering toegekend, berekend op basis van een dagloon van €106,27, later herzien naar €111,06.
Appellant stelde dat het dagloon onjuist was vastgesteld omdat de helft van zijn in de referteperiode betaalde pensioenpremie (FPU-regeling) bij het loon had moeten worden gerekend, en dat de Minister het bovenwettelijk dagloon had moeten vaststellen zonder rekening te houden met de neerwaartse wijziging van de WW per 1 januari 2006. De Raad onderzocht de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 45 WW Pro, het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen, en de Wet op de loonbelasting 1964.
De Raad concludeerde dat de FPU-regeling een vervroegde uittredingsregeling was zoals bedoeld in de wetgeving en dat de betaalde premies terecht niet tot het loon werden gerekend bij de dagloonberekening. Tevens oordeelde de Raad dat er geen sprake was van een algemeen geldende neerwaartse wijziging van de WW-uitkering die toepassing van artikel 21 BBWO Pro zou rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Roermond en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.