ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante ontving sinds 16 april 2001 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 31 oktober 2006 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij psychisch meer beperkt is en dat een onafhankelijk medisch deskundige en psychiatrisch onderzoek noodzakelijk waren. Tevens voerde zij aan slechts in een aangepaste deeltijdfunctie te kunnen werken. De Raad oordeelde dat deze argumenten geen wezenlijk nieuwe gezichtspunten bevatten en dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig en juist was.
De Raad vond geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen en stelde vast dat appellante haar stelling over werken in een aangepaste deeltijdfunctie onvoldoende had onderbouwd. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens een juiste medische beoordeling door het UWV.