ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsvermogen
Appellante, werkzaam als bejaardenverzorgster, kreeg na ziekte een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2006 werd haar uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen onderschat waren, onder meer met een psychiatrisch rapport.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar liet de rechtsgevolgen intact, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij stelde dat onterecht geen beperkingen waren gesteld voor stemgebruik en dat de belasting bij buigen onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad overwoog dat de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit voldoende was gemotiveerd. De beperkingen met betrekking tot het uiten van gevoelens en stemgebruik leiden niet tot een beperking in arbeidssituaties. Ook is rekening gehouden met zittend en niet-zittend werk bij de belastbaarheid. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende is gemotiveerd.