ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- A.T. de Kwaasteniet
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na juiste beoordeling beperkingen
Appellante ontving sinds de jaren tachtig een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege psychische klachten, laatstelijk op grond van de WAO met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 1 juni 2006 in, omdat appellante naar oordeel van het UWV weer in staat was om passend werk te verrichten met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond en oordeelde dat de beoordeling op basis van het aangepaste Schattingsbesluit correct was. Appellante ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat zij ten onrechte was beoordeeld en dat haar beperkingen onderschat waren.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling door het UWV, mede gebaseerd op het rapport van psychiater drs. J. IJsselstein, voldoende was onderbouwd en dat er geen aanwijzingen waren voor psychiatrische beperkingen die niet waren meegenomen. Ook de fysieke beperkingen waren juist weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidskundige beoordeling dat appellante geschikt was voor de geduide functies werd eveneens bevestigd.
De Raad concludeerde dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was en wees de vordering tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 1 juni 2006 wordt bevestigd en de vordering tot schadevergoeding afgewezen.