ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Geen bestuurlijke boete na voorwaardelijk sepot in sociale zekerheidszaak
De Sociale verzekeringsbank (Svb) legde aan betrokkene een bestuurlijke boete op wegens schending van de mededelingsverplichting in het kader van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Betrokkene stelde dat het Openbaar Ministerie (OM) de strafvervolging had geseponeerd onder de voorwaarde dat zij schadeloos werd gesteld, waardoor op grond van artikel 42 ANW Pro geen boete meer kon worden opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de voorwaarde van het OM bindend was en dat het bestuursorgaan zich daaraan moest conformeren.
In hoger beroep stelde de Svb dat de voorwaarde louter symbolisch was en dat de boete terecht was opgelegd. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het voorwaardelijk sepot, net als de transactie, een buitengerechtelijke sanctie is waardoor het recht op strafvervolging vervalt. Het una via-beginsel, neergelegd in artikel 42 ANW Pro, verbiedt dubbele bestraffing via bestuursrechtelijke boetes na strafrechtelijke interventie.
De Raad concludeerde dat het voorwaardelijk sepot gelijkgesteld moet worden aan een transactie in de zin van artikel 74 Sr Pro en dat de Svb geen bevoegdheid meer heeft om een bestuurlijke boete op te leggen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd de Svb veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt verworpen en de bestuurlijke boete wordt niet bevestigd vanwege het una via-beginsel na het voorwaardelijk sepot.