ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4009

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6829 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.C. Schoemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene nabestaandenwet (ANW)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden

Appellante en haar echtgenoot, beiden Nederlands, woonden ruim twintig jaar in Nederland tot zij in 1995 naar Turkije vertrokken om voor hun ouders te zorgen. In december 2006 keerden zij terug naar Nederland, maar vanwege ziekte vertrok de echtgenoot terug naar Turkije, waar hij op 5 maart 2007 overleed. Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was ten tijde van zijn overlijden.

Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit van de Svb bevestigde, ging appellante in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat de Svb terecht had geweigerd de uitkering toe te kennen, omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de ANW. De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en vond geen nieuwe argumenten die tot een ander oordeel konden leiden.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het beroep af. Er werden geen gronden gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door R.C. Schoemaker op 9 juli 2009.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was onder de ANW bij overlijden.

Uitspraak

08/6829 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 oktober 2008, 08/291 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 9 juli 2009.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. N. Türkkol, advocaat te Amsterdam hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2009, waar appellante zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. Türkkol. De Svb heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.
1.1. Appellante en haar echtgenoot, die beiden de Nederlandse nationaliteit bezitten, hebben tot september 1995 ruim 20 jaar in Nederland gewoond. De wederzijdse ouders zijn in 1995 met een remigratieregeling naar Turkije vertrokken. Appellante en haar echtgenoot zijn eveneens naar Turkije vertrokken om voor hun ouders te zorgen. In december 2006 keren appellante en haar echtgenoot, die toen al ziek was, naar Nederland terug. In verband met zijn ziekte is de echtgenoot van appellante teruggegaan naar Turkije waar hij op 5 maart 2007 is overleden. Appellante heeft na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering ingevolgde de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.
1.2. Bij besluit van 2 augustus 2007 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De Svb heeft dit bezwaar ongegrond verklaard bij besluit van 10 januari 2008.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen dat besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de Svb terecht heeft geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de ANW.
4.2. Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag ontkennend. De Raad kan zich geheel vinden in de overwegingen die de rechtbank tot dat oordeel hebben gebracht en maakt die tot de zijne. Hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht, biedt geen nieuwe gezichtspunten en kan de Raad dan ook niet tot een ander oordeel brengen.
4.3. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2009.
(get.) R.C. Schoemaker.
(get.) R.B.E. van Nimwegen.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH 's-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip ingezetene.
DW