ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden
Appellante en haar echtgenoot, beiden Nederlands, woonden ruim twintig jaar in Nederland tot zij in 1995 naar Turkije vertrokken om voor hun ouders te zorgen. In december 2006 keerden zij terug naar Nederland, maar vanwege ziekte vertrok de echtgenoot terug naar Turkije, waar hij op 5 maart 2007 overleed. Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was ten tijde van zijn overlijden.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit van de Svb bevestigde, ging appellante in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat de Svb terecht had geweigerd de uitkering toe te kennen, omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de ANW. De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en vond geen nieuwe argumenten die tot een ander oordeel konden leiden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het beroep af. Er werden geen gronden gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door R.C. Schoemaker op 9 juli 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was onder de ANW bij overlijden.