ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling dagloon voor WGA-uitkering bij nabetalingen buiten referteperiode
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van haar dagloon en de toekenning van een loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA-uitkering) door het UWV. Het geschil betreft de vraag of nabetalingen die buiten de referteperiode zijn gedaan, maar betrekking hebben op loon over de referteperiode, meegenomen moeten worden bij de berekening van het dagloon.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch vernietigde het eerdere besluit van het UWV wegens een motiveringsgebrek en onzorgvuldigheid, omdat het UWV appellante niet had gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een correctieaangifte door de werkgever. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarin het standpunt werd bevestigd dat zonder een dergelijke correctieaangifte nabetalingen buiten de referteperiode niet in aanmerking worden genomen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het uitgangspunt bij de vaststelling van het dagloon het loon is dat de werknemer daadwerkelijk heeft genoten binnen de referteperiode, zoals opgegeven door de werkgever. Indien geen correctieaangifte is gedaan, mogen nabetalingen buiten die periode niet worden toegerekend. Dit is ook van toepassing bij een langdurig dienstverband, waarbij het effect beperkt is. Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van 21 augustus 2008 bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.