ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4252
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij verlaging bijstand zonder spoedeisend belang
Verzoeker had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Utrecht waarin zijn bijstand met 100% werd verlaagd voor de periode van 27 februari 2008 tot en met 26 maart 2008 vanwege verwijtbaar niet behouden van arbeid. Tevens vroeg verzoeker om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen indien er onverwijlde spoed is. Omdat het geschil betrekking had op een afgesloten periode en er geen aanwijzingen waren dat door de maatregel bedreigende schulden waren ontstaan, ontbrak het spoedeisend belang.
Daarnaast werd meegewogen dat de bijstand later was ingetrokken, maar dit besluit maakte geen onderdeel uit van het hoger beroep. Verzoeker had na intrekking geen nieuwe aanvraag ingediend, wat een meer geëigende weg was om zijn situatie te verbeteren.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting. Er was geen aanleiding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.