ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beperkingen concentreren en herinneren bij vaststelling WAO-uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het bezwaar van betrokkene tegen het intrekken van zijn WAO-uitkering gegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende had gemotiveerd waarom geen beperkingen waren aangenomen voor concentreren en herinneren in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad overweegt dat de bezwaarverzekeringsarts terecht rekening hield met eerdere rapportages, maar onvoldoende onderbouwde waarom de beperking ten aanzien van herinneren niet werd erkend. De rapportage van de verzekeringsarts uit 2005 toonde aan dat betrokkene geheugenproblemen heeft en regelmatig geheugensteun nodig heeft, wat niet adequaat werd weersproken.
Ten aanzien van concentreren concludeert de Raad dat de beperking die betrokkene niet langer dan een half uur kan concentreren niet voldoende is gemotiveerd om te worden afgewezen. De beperking in lezen wordt niet erkend omdat deze alleen betrekking heeft op de duur van concentratie.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het UWV in de proceskosten van betrokkene, waarbij een griffierecht wordt geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.