ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4380
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorziening kosten verzorgingshuis weduwnaar vervolgde
Appellant, weduwnaar van een vervolgde, diende een aanvraag in voor een voorziening in de kosten van opname en verblijf in een verzorgingshuis op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd door de Pensioen- en Uitkeringsraad afgewezen omdat de Wet niet voorziet in zelfstandige toekenning van voorzieningen aan nabestaanden naast een periodieke uitkering.
Appellant voerde aan dat hij zelf ook vervolging had ondergaan, maar niet als vervolgde werd erkend vanwege formele eisen omtrent woonplaats en nationaliteit. Tevens stelde hij dat zijn overleden echtgenote reeds een voorziening had gekregen die mede voor hem gold, en dat het onredelijk was vast te houden aan de formele criteria van de Wet.
De Raad constateerde dat appellant in 1984 al was afgewezen voor erkenning als vervolgde en dat de Wet geen zelfstandige voorzieningen aan nabestaanden toekent. De eerder toegekende voorziening aan de echtgenote was vervallen. De Raad oordeelde dat noch verweerster noch de Raad bevoegd is buiten de wettelijke grenzen te treden en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de weduwnaar wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een voorziening afgewezen.